ver smelting.

Bood onze gemeenschap tot voor kort houvast door zijn vaste structuren (kerk, staat, gezag, job, gezin,…) dan heeft onder andere het ‘verpersoonlijkingsideaal’ deze bouwwelfsels getransformeerd tot vloeibare en bijgevolg versmolten werk- en levensvormen. 

Nieuwe netwerken steken de kop op en doven weer uit om vervolgens nieuwe verbindingen te maken rond nieuwe en andere specifieke noden. Over diverse grenzen heen ontstaan samenwerkingsverbanden. Holacratie drukt door en uit zich o.m. onder de vorm van zelf-organiserende cirkels (van vertrouwen) en werkt geheel volgens haar eigen regels.

Maar wat zijn die regels nu eigenlijk? Moet het écht?! Hoe bouw ik vertrouwen op en hoe herken ik die vloeibaarheid?